Uitdagingen in de Praktijk van de Participatiewet
De verantwoordelijkheid van gemeenten is om bijstandsgerechtigden naar betaald werk te begeleiden. Voor een grote groep binnen deze populatie blijkt dat echter niet haalbaar. Zowel gemeenten als de bijstandsgerechtigden zelf erkennen deze realiteit. De vraag is daarom of de huidige ondersteuning voor deze groep wel strookt met de richtlijnen van de Participatiewet.
Een recente studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau onthult dat de wet zelf regelmatig botst met de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Er ligt te veel nadruk op uitstroom naar betaald werk, terwijl de focus ook moet liggen op het verhogen van de kwaliteit van leven en een bredere maatschappelijke participatie.
Kwaliteit van Leven Centraal Stellen
Het hoofddoel van de Participatiewet is om mensen te stimuleren tot betaald werk, zodat ze geen uitkering meer nodig hebben. Deze doelstelling staat echter vaak los van de complexe realiteit waarin veel bijstandsgerechtigden zich bevinden. Zij kampen met problemen op meerdere levensdomeinen, zoals gezondheid en gezinsomstandigheden. Hulpverlening zou daarom ruimer moeten kijken dan enkel betaald werk.
In de praktijk richt de steun aan bijstandsgerechtigden zich meer op het verbeteren van hun levenskwaliteit en maatschappelijke betrokkenheid.
Maatwerk en Zijn Complexiteiten
Gemeentelijke uitvoerders ervaren dat een strikte toepassing van de Participatiewet de situatie voor sommige bijstandsgerechtigden kan verslechteren. Zij voelen dat passende ondersteuning vaker ontstaat dankzij hun creatieve omgang met de regels dan door de wet zelf. Desondanks kost dit maatwerk veel tijd en kan het leiden tot willekeur. Er is behoefte aan een regelgeving die beter aansluit op de specifieke behoeften van deze groep.
Vertrouwen als Fundament
Onderzoek bevestigt het belang van een vertrouwensrelatie tussen overheid en burger. Bijstandsgerechtigden voelen zich vaak gewantrouwd door de overheid, wat hun bereidheid vermindert om open te zijn over hun situatie. Dit kan leiden tot verkeerde of onnodig kostbare ondersteuning. Het huidige mensbeeld achter de Participatiewet, dat uitgaat van dwang en verplichtingen, zal moeten evolueren om daadwerkelijk vertrouwen op te bouwen met de burger.
De steun geven die echt aansluit bij wat de bijstandsgerechtigden nodig hebben, vraagt om een verschuiving in visie en aanpak. Meer nadruk op de menselijke maat kan leiden tot betere resultaten voor zowel de betrokken burgers als de maatschappelijke systemen die hen ondersteunen.
Dit artikel is gebaseerd op de SCP-publicatie Vertrouwen in de bijstand, geschreven door Patricia van Echtelt, Peggy Schyns en Evelien Eggink van het Sociaal en Cultureel Planbureau.